Molenbiotoop

De molenbiotoop is de omgeving waarmee de molen in relatie staat. Voor een windmolen is dit de ruimte direct rondom de molen. Deze dient gevrijwaard te worden van obstakels, zodat de wind de molenwieken ongestoord kan bereiken en de molen goed zichtbaar is. Bij een watermolen bestaat de molenbiotoop voornamelijk uit de beken die het water aan- en afvoeren, en alle bijbehorende waterwerken.

Goede molenbiotoop noodzakelijk

Een goede molenbiotoop, met een vrije windvang of voldoende watertoevoer, maakt het mogelijk dat een molen regelmatig in bedrijf is. Een draaiende molen behoeft aanzienlijk minder vaak groot (en dus kostbaar) onderhoud dan een stilstaande, omdat gebreken tijdig worden geconstateerd door de molenaar en er geen vervolgschade zal optreden. Daarnaast is de houtconstructie zelf minder vatbaar voor ongedierte en vocht omdat de molen in beweging is en goed geventileerd wordt. Een goede molenbiotoop is dus noodzakelijk voor zowel het functioneren als het behoud van de molen en slaat dus op de windvang van een windmolen en de watertoevoer van een watermolen.

molenbiotoop
Goirle, De Wilde na de snoei. (Foto: Carel van Herpt)
molenbiotoop

Cultuurhistorisch belang

Maar dit is niet het enige. Molens zijn monumenten die de identiteit van menig Nederlands landschap bepalen. Ze staan nooit op een willekeurige plaats in het landschap. Voor windmolens koos men een open plek in het landschap waar de wind voldoende voorradig was of juist een locatie dichtbij de vindplaats van de grondstoffen of de afzetmarkt, bij watermolens was men afhankelijk van een plek waar sprake was van stromend water. Mocht een windmolen niet (meer) optimaal kunnen functioneren op de gekozen standplaats, dan werd deze verhoogd of zelfs in zijn geheel verplaatst. Het molentype dat men aantreft zegt dus iets over de geschiedenis van het landschap, maar de aanwezigheid van de molen heeft de inrichting van de directe omgeving ook beïnvloed. Door de historische wisselwerking tussen molen en landschap is de molenbiotoop daarom cultuurhistorisch van groot belang.

Behoud molenbiotoop

Een molenaar beleeft zijn molen in de eerste plaats als werktuig. In die hoedanigheid stelt de molen specifieke eisen aan de omgeving. Door molenaars wordt dan ook vanuit dat perspectief geijverd voor bescherming van de molenbiotoop. Bij windmolens ligt de nadruk sterk op het veiligstellen van voldoende windvang. Bij watermolens gaat het vooral om het waarborgen van de aan- en afvoer van water en het mogen stuwen in de beek. Beide aspecten zijn onmisbaar om met de molen te kunnen draaien en malen.

De gewenste openheid van het landschap dient niet alleen een goede windvang, maar waarborgt ook de oorspronkelijke, markante positie die een windmolen van oudsher in het landschap inneemt. Juist vanwege de landschappelijke waarde kan de molen op een breed draagvlak rekenen.

In een dichtbevolkt land als Nederland kan de volledige openheid van het landschap niet altijd gehandhaafd blijven. Daarom wordt gestreefd naar een situatie waarin de molen een hoofdelement in het landschap is, zonder aan andere belangrijke ruimtelijke aspecten tekort te doen. Het is zoeken naar een aanvaardbaar compromis, als alternatieven niet mogelijk of haalbaar blijken te zijn.

molenbiotoop
Gieten, molen Hazewind voor de bomenkap december 2014. (Foto: Nico van den Broek)
molenbiotoop

Wet- en regelgeving

Vroeger werd het belang van een goede molenbiotoop verankerd in diverse historische rechten. Alleen voor watermolens zijn deze in sommige gevallen nog aantoonbaar van kracht. Sinds 1980 is de wet- en regelgeving rond de bescherming van de molenbiotoop van windmolens onderdeel van de Wet op de Ruimtelijke Ordening. De borging vindt plaats in provinciale verordeningen, bestemmingsplannen en in de keuren van water- en hoogheemraadschappen. Het primaat ligt bij het veiligstellen van de vrije windvang. De zichtbaarheid en de landschappelijke en cultuurhistorische waarde zijn moeilijker in regels te vatten.