Financiering

Voor de financiering van het onderhoud van molens zijn verschillende bronnen. Van belang daarbij is wel wat subsidiabel is en wat niet. Onderhoud aan het monument is in de regel wel subsidiabel, maar bijvoorbeeld organisatie- en verzekeringskosten zijn dat niet. Maatstaf is in de regel wat de rijksoverheid aan subsidiabele kosten vaststelt in het kader van de Brim.

  1. Rijkssubsidie
    De Brim en de uitvoeringsregeling Sim bepalen dat voor molens een subsidie van 50% van maximaal € 60.000 aan onderhoudskosten over een periode van zes jaar mogelijk is. Vóór 2013 was dat nog 60% van maximaal € 50.000.
    Komt u in aanmerking voor de instandhoudingssubsidie? Dan kunt u deze jaarlijks van 1 februari tot en met 31 maart, voor een instandhoudingsperiode van 6 jaar aanvragen. U kunt uw aanvraag digitaal of op papier indienen, via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Binnen 22 weken gerekend vanaf 31 maart krijgt u bericht en bij een positieve beslissing gaat de subsidie in in het jaar volgend op de aanvraag. Let op: de RCE kan aanvullende informatie opvragen. Als u die niet levert, wordt uw aanvraag afgewezen. Meer informatie is te vinden op www.monumenten.nl.
  2. Provinciale subsidie
    Een aantal provincies verleent ook onderhoudssubsidies, soms gekoppeld aan de Brim, maar soms ook zelfstandig. Provinciale onderhoudssubsidies bestaan momenteel in Friesland, Overijssel, Gelderland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Noord-Brabant en Limburg. Op de diverse sites van de provincies is meer informatie te vinden.
  3. Gemeentelijke subsidie
    Ook een aantal gemeenten verleent een aanvullende onderhoudssubsidie. In Gelderland is dat wel gekoppeld aan de subsidie van de provincie. In een grijs verleden heeft de rijksoverheid aan het gemeentefonds middelen toegevoegd voor dit onderhoud. Dit was echter niet geoormerkt en er is dus geen recht op subsidie. Vaak is het van belang de lokale politiek hier goed over te informeren. Een handig middel kan dan zijn de gemeenteraad of het College van Burgemeester en Wethouders uit te nodigen op de molen.
  4. Overige inkomsten
    1. huurinkomsten van bewoonde molens
    2. verkoop van producten in bv. de molenwinkel
    3. donateurs, sponsors en andere reguliere financiers
    4. eigen vermogen molenorganisatie, bv. door ontvangen legaat of nalatenschap
    5. bijdragen van waterschappen voor de inzet van poldermolens bij wateroverlast