Home > Molens > Molenbestand
De Bovenste Plasmolen te Plasmolen (bij Mook)
Print deze pagina
Terug naar zoekresultaten - Naar zoekformulier

Geschiedenis
De Bovenste Plasmolen in het Noord-Limburgse plaatsje Plasmolen (ten zuiden van Mook) is een uniek exemplaar: het ruim 7 meter grote ijzeren en geklonken waterrad kan zowel van boven als in het midden aangedreven worden; daarmee is de Bovenste Plasmolen zowel boven- als middenslagmolen.
Op deze plaats is reeds vanaf de 15e eeuw een watermolen in werking geweest. Het huidige gebouw stamt uit 1725 en verving toen een ouder gebouw, toen ook een papiermolen. In 1848 werd de molen omgebouwd tot olie- en pelmolen.
In 1865 werd de molen nogmaals verbouwd, nu naar korenmolen en had hierna 2 koppels maalstenen. In 1910 volgde de laatste grote wijziging van de inrichting toen er motor werd geplaast, omdat de altijd beperkte aanvoer van maalwater problematisch voor de steeds drukkere bedrijfsvoering was geworden. Later werd deze motor vervangen door de huidig nog aanwezige Crossley benzine-motor.
In het najaar van 1944 werd De Bovenste Plasmolen bij gevechtshandelingen ernstig beschadigd. Door een granaatinslag in Milsbeek kwam de daarheen gevluchte molenaar Fons Verouden om het leven. Door zijn dood kwam de molen stil te staan en pas ruim 50 jaar later kwam het pas tot maalvaardig herstel, waarbij ook de in de molen aanwezige motor gereviseerd werd. De beken en stuwvijvers werden door Natuurmonumenten hersteld.
De molen is op vaste tijden toegankelijk voor bezoek; een wandeling door het aangrenzende natuurgebied St. Jansberg is daarbij bijzonder aan te bevelen.

Het maalwater kan op twee manieren naar het rad worden gevoerd. Als bovenslag via een ijzeren goot, waarbij het water via een hogerop aangelegde stuwvijver gevoed wordt uit de beek van het Groene Water en als middenslag vanuit een lager gelegen stuwvijver die wordt gevoed door bronwater uit de Helkuil.
Het maalgangwerk is geheel van gietijzer en de 2 maalkoppels werken met onderaandrijving.
De twee maalkoppels werken op waterkracht, waarvan één koppel ook kan worden aangedreven door de bedrijfsvaardige benzine-motor uit 1901. Ter demonstratie wordt er veevoer gemalen.
CBF          ANBI