Home > Molens > Molenbestand
Sint Anna te Weert-Keent
Print deze pagina
Terug naar zoekresultaten - Naar zoekformulier

Geschiedenis

De boeren van Moesel, Keent en het afgelegen Altweertheide moesten tot 1912 de lange weg naar de molen op het Driesveld afleggen om daar hun graan te laten malen. In dat jaar liet Antonius Hubertus Timmermans die molenaarsknecht op de windmolen in de buurtschap Laar was, aan de Heelstraat een nieuwe molen bouwen op een perceel bouwland, dat hij van Jan Michiel Stultiëns had gekocht. Molenmaker-timmerman Kluskens uit Nederweert kocht voor de bouw van de molen de onderdelen van de Clercx- molen, die Constant Janssens voor afbraak verkocht. De nieuwe romp op Keent week nogal af van de romp van de Clercxmolen, zodat de onderdelen passend moesten worden gemaakt. Op de steenzolder werden twee koppels stenen voor het malen van graan gelegd.
In 1924 verkocht Timmermans de windmolen aan Jean of Jan Hubert Clijsters, die oorspronkelijk landbouwer op Altweert was. Onderin de windmolen stond toen een maalstoel en in een kazemat een zuiggasmotor. Clijsters had er een goed gemaal. Zowel in 1926 als in 1930 voegde hij een pakhuis aan de molen toe.
Sjang Clijsters, zoals hij werd genoemd, liet in 1934 Dekker-stroomlijnwieken aanbrengen. In tegenstelling tot de molenaars van Nederweert, volgden de Weerter molenaars schoorvoetend de laatste ontwikkelingen op molengebied. Op 23 april van dat jaar werd de molen feestelijk in bedrijf gesteld. Het molenfeest werd georganiseerd door het destijds bekende hoofdbestuurslid van de Vereniging De Hollandsche Molen jhr. mr. F. van Rijckevorsel uit 's-Hertogenbosch, die vooral in de volgende jaren de grote promotor van windmolenvernieuwing zou worden. De molen kreeg bij die gelegenheid de naam St. Anna, zo genoemd naar Anna Truyen, de echtgenote van Jean Clijsters.
De Dekkerwieken waren een zodanige verbetering, dat Clijsters de zuiggasmotor weinig meer gebruikte. Het was overigens ook een motor die niet snel gestart kon worden, aangezien het maken van een eigen steenkoolgas vanaf de koude toestand veel tijd in beslag nam.
Om zijn klanten op Altweertheide beter te kunnen bedienen, bouwde Clijsters daar een motormaalderij. De maalstoel, die onderin de molen stond werd naar de nieuwe maalderij overgeplaatst, waarvoor via Chr. van Bussel een nieuwe Thomassen-dieselmotor werd geleverd. De oude zuiggas-motor werd voor schroot verkocht. Op de steenzolder van de windmolen werd een mengmachine geplaatst, die met een riem door een poelie op de koning werd aangedreven.

In 1943 brak een roede. Gebruikte roeden waren in de oorlogsjaren schaars geworden, nieuwe roeden werden vanwege moeilijkheden in de materiaalvoorziening praktisch niet meer gemaakt. Toen er uiteindelijk een bruikbare roede was gevonden, brachten de molenmakers van Chr. van Bussel stroomlijnwieken aan. Vanwege de optredende zeilslag hadden de Dekkerwieken niet geheel voldaan en Clijsters gaf, toen er toch onkosten moesten worden gemaakt, de voorkeur aan Van Bussel-wieken.
Onderin de windmolen werd een nieuwe elektrische maaistoel van de firma P. Poeth uit Tegelen geplaatst.

Door de opkomst van het mengvoeder en de concurrentie met de Boerenbond, in Weert waren vroeger twee coöperaties actief, moest de windmolen in het begin van de jaren vijftig worden stilgelegd. Clijsters zag geen toekomst meer in het windmolenbedrijf en bood de molen voor sloop te koop aan. Er werden in die jaren veel windmolens stilgezet en een koper, die een aanvaardbaar bod deed, werd niet gevonden. De molen werd verwaarloosd en verviel tenslotte. De gemeente Weert probeerde hem van de ondergang te redden. De onderhandelingen, die uiteindelijk in 1970 tot een overname hebben geleid, namen ongeveer tien jaar in beslag. De toestand van de molen was toen uitermate slecht. In samenwerking met de Rijksdienst voor de Monumentenzorg werd een restauratieplan opgesteld. Na goedkeuring van de minister werd de molen in de volgende jaren door de firma Gebr. Adriaens uit Weert gerestaureerd. In de zomer van 1973 kwam de restauratie van de molen gereed en zag er fraaier uit dan ooit.

In 2009 begon een nieuwe en ingrijpende restauratie, die in 2011 kon worden afgerond. Naast herstel van balkkoppen, kreeg de molen o.a. een compleet nieuw gevlucht en nieuwe spruiten. Daarnaast werd rond de molen een flink aantal te grote bomen gekapt.

CBF          ANBI