Gebouwd als ondermolen van de tweehoog malende oostelijke gang voor de bemaling van de polder Schagerwaard of Witsmeer.
In 1607 werd het Witsmeer of Schagerwaard door de schuldeisers van graaf Lamoraal van Egmond publiek verkocht. De kopers vonden dat de visserij in het meer te weinig opbracht en besloten het meer droog te maken, waarvoor zij op 10 mei 1630 octrooi kregen. De Schagerwaard werd opgedeeld in twee delen, de Oostermeer en de Westermeer, gescheiden door de Schagervaart. Elk deel werd bemalen door een gang schepradmolens, twee hoog. Op 26 februari 1631 vond de verkaveling plaats.
Halverwege de negentiende eeuw werden de molens vervijzeld, die van de Westermeer voor 1864, die van de Oostermeer erna.
In 1879 werd de gang van de Westermeer vervangen door een op die plaats gebouwd stoomgemaal. In 1923 werd de ondermolen van de Oostermeer tot op de kapzolder gesloopt.
De vlucht van de molen was 24,50/25 m. De vijzeldiameter was 2 m., het eerdere scheprad had een diameter van 5,70 m bij en schoepbreedte van 48 cm. De molens sloegen uit op de Raaksmaatboezem. De polder is 537 ha groot. Aan de vervijzeling herinneren twee gedenkstenen met de tekst:
‘De eersten steen is gelegd op den 15 junij 1864 door Abraham Oord Dz. oud vijf jaar.’
De sinds de onttakeling resterende molenromp heeft thans een functie als woning en ligt nabij de ringsloot van de Schagerwaard, ten westen van Zijdewind. De tussenboezem naar de voormalige bovenmolen is nog aanwezig.Zie Verdwenen Molendatabase: VMD-nr. 429 |