Tips voor rondleidingen

Iedereen verzorgt weleens een rondleiding door zijn of haar molen(s) of moet een nieuwe vrijwilliger trainen bij het geven van rondleidingen. Graag geven wij u hier enkele tips mee om uw rondleiding goed te laten verlopen.

  • Praat zo min mogelijk over de techniek met moeilijke molentermen! Praat vooral ook over de schoonheid en ouderdom van de molen. Van de liefde voor het vak en de molen, het vrijwilligersschap, het huidige maatschappelijke belang. Praat over het wonder van de techniek en de slimheid van de voorvaderen.
  • Hang een tekening van het eigen type molen, vergroot op A0 formaat, in de molen op. Met uitleg hiervan kunnen de bezoekers vast een kort reisje door de molen maken. Op die tekening staan ook de belangrijkste namen van de onderdelen van de molen. Eventueel ook in het Engels, Duits en Frans.
  • Ga niet met meer dan 5 personen per deskundige (de molenaar of zijn leerlingmolenaars) de zolders op.
  • Begin de excursie zo mogelijk in de kap (molen is dan stilgezet!) en werk van boven naar beneden.
  • Vanwege de veiligheid is het aanbevolen om bij buitenkruiers de wipstok in de kap te blokkeren met een leketouw. Hiermee voorkom je dat iemand de wipstok licht en daardoor de molen gaat draaien.
  • Een goede verlichting in de kap en verdere zolders is heel belangrijk.
  • Vanuit de kap neerdalend heeft elke zolder zijn verhaal, anekdote. Deze verhalen zijn leuk om te vertellen.
  • De situatie bij standerdmolens, wipmolens, spinnenkoppen, tjaskers en watermolens is uiteraard verschillend met die van achtkante en ronde polder- en stellingmolens. Elke molen heeft zijn eigenaardigheden en zijn eigen veiligheidseisen.