Nieuwe Omgevingswet

 

Alle wetten op het gebied van cultureel erfgoed zullen straks gebundeld zijn in twee wetten: de Omgevingswet en de Erfgoedwet. Grofweg gaat de Omgevingswet vooral over onroerend cultureel erfgoed, terwijl de Erfgoedwet over de omgang met (roerend) cultureel erfgoed gaat. De Erfgoedwet is in 2015 in werking getreden. Naar verwachting treedt de Omgevingswet in 2021 in werking.

Omgevingswet
De overheid wil met een nieuwe Omgevingswet de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Dit moet het makkelijker maken om bouwprojecten te starten.
In de aanloop daarnaartoe is er inmiddels een Crisis- en herstelwet (Chw) aangenomen, zodat een aantal gemeenten kunnen experimenteren met het opstellen van één bestemmingsplan voor het hele gemeentelijke grondgebied. Deze pilot bestemmingsplannen worden ook op ruimtelijkeplannen.nl vermeld.

In de Omgevingswet staat dat gemeenten rekening moeten houden met cultureel erfgoed in het omgevingsplan, maar er staat niet hoe dat gedaan moet worden. In een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) wordt het beheer van de fysieke leefomgeving gereguleerd. In de AMvB ‘Besluit Kwaliteit Leefomgeving’ is in artikel 5.72 het behoud van cultureel erfgoed opgenomen. Hierin staat o.a. vermeld dat aantasting van de omgeving van (rijks)monumenten moet worden voorkomen, maar de molenbiotoopregeling is hierin niet expliciet opgenomen.

Omgevingsvisie
Een Omgevingsvisie moet opgesteld worden door zowel het Rijk, de provincie als de gemeente. Gemeenten kunnen ook gezamenlijk één omgevingsvisie opstellen. Het Omgevingsplan en de Omgevingsverordening is een uitwerking van die Visie. De kern is dat de Omgevingsie richtinggevend is voor de plannen en verordeningen. De Visie is niet direct bindend, maar indirect wel via het Omgevingsplan of –verordening. De inspraakprocedure blijft ongewijzigd en zal gaan via de procedure vermeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Beroep tegen de ontwerp-omgevingsvisie bij de bestuursrechter is niet mogelijk.

De gemeente kan naast de Omgevingsvisie ook Programma’s ontwikkelen waarin het beleid voor ontwikkeling, gebruik, beheer, bescherming of behoud van de fysieke leefomgeving uitgewerkt wordt op bepaalde beleidsthema’s of specifieke gebieden (voorheen structuurvisie).

Omgevingsverordening
De provincie kan zogenaamde instructieregels voor de fysieke leefomgeving opstellen in een Omgevingsverordening, dit dient verwerkt te worden in de Omgevingsplannen. Deze instructieregels worden ontleend aan de voormalige Wet ruimtelijke ordening, waarin de huidige molenbiotoop in een aantal provincies al is opgenomen. Een uniforme voorbereidingsprocedure volgens de Awb geeft u de gelegenheid om een zienswijze in te dienen. Houdt er rekening mee dat beroep bij de bestuursrechter niet mogelijk is.

Waterschapsverordening
Waterschappen bevatten ook regels over een deel van de fysieke leefomgeving. Sommige waterschappen hebben ook een molenbiotoopregel opgenomen in de Keur, een zogenaamde beschermingszone. Voortaan zal dit ‘beperkingengebied’ gaan heten. De waterschapsverordening zal de Keur vervangen en net als de Omgevingsverordening verwerkt worden in het Omgevingsplan. Het peilbesluit en de legger worden niet in de waterschapsverordening opgenomen. Het indienen van een zienswijze op een ontwerpwaterschapsverordening is mogelijk, maar beroep bij de bestuursrechter niet.

Omgevingsplan
De specifieke bepaling voor het beschermen van de molenbiotoop kan opgenomen worden in de regels van het Omgevingsplan. Per gemeente komt er één Omgevingsplan. Inspraak is geregeld via de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Dat betekent dat u zienswijzen kunt inbrengen en daarna beroep kan instellen bij de Raad van State.

Meer informatie en diverse nieuwsbrieven vindt u op aandeslagmetdeomgevingswet.nl.

 

Algemeen
Begin 2017 heeft Mark Ravesloot, senior adviseur Molens, een algemene informatieve presentatie over de nieuwe Omgevingswet samengesteld. Deze vindt u hieronder.

Nieuwe Omgevingswet