Eerherstel van een onderschat monumentje

In Lexmond draait weer een weidemolen

Thijs van Hoof

Lexmond, Zuid-Holland. De weg heet Driemolensweg. Maar van de molens waar de weg naar is genoemd, is de Vlietmolen de enige intacte molen die er nog staat. Maar toch zijn het niet de enige wieken die deze ochtend draaien. Als ons oog gewend is aan het zicht op de imposante Vlietmolen, wordt het al snel getrokken naar het bijzondere weidemolentje op het erf, de reden van ons bezoek.

Thijs van Hoof, molenaar en bouwer van dit bijzondere monumentje, heet ons welkom. Hij staat ons op te wachten bij een hek dat toegang geeft tot een grasveld met Nederlandse landgeiten. Bokken in dit geval. “Er is een duidelijke parallel met deze geitensoort en weidemolentjes”, zegt Van Hoof, terwijl we door het hek lopen, richting weidemolen.

Lime
Bokken

“Ze zijn namelijk beide zeldzaam. Deze geit was in vorige eeuwen erg populair bij molenaars en op kleine boerderijen. Voor de melkproductie en het vlees. Maar vervolgens is hij in de twintigste eeuw bijna uitgestorven. Gelukkig lopen er inmiddels weer een aantal van deze ‘armeluiskoeien’ rond in Nederland en maken ze ook in Lexmond weer onderdeel uit van de molenbiotoop”, zegt hij trots.

Bijna geen bediening

“Net als de geiten, waren vroeger ook de weidemolens volop in de weilanden te vinden”, vervolgt hij, terwijl we bij het molentje zijn aangekomen. “Ze waren eigendom van een boer. Die had ze nodig omdat er in de dieper gelegen delen van het weiland vaak water blijft staan. Het bijzondere van de weidemolen is dat hij bijna geen bediening nodig heeft. De grote windvaan aan de achterzijde van de draaibare kop zorgt er namelijk voor dat de molen altijd goed op de wind staat. Al staan ze hier nu allebei, net als de landgeit dreigt ook de weidemolen uit te sterven. Van deze geit zijn er nu nog ruim duizend, maar van de weidemolen zelfs nog maar enkelen. Vandaar dat ik besloten heb deze op mijn erf te plaatsen. Hij ververst het water.”

Stokhuyzen

“Achteraf was ik op de lagere school al met molens bezig. Ik was gefascineerd door het boek ‘Molens’ van F. Stokhuyzen. Ik las het van de bibliotheek, maar toen ik het voor de zoveelste maal wilde lenen, kreeg ik te horen dat ik het drie maanden niet mee zou krijgen, omdat anderen ook de kans moesten krijgen het boek te lenen”, zegt hij lachend. “Veel later werkte ik in het Openluchtmuseum in Arnhem. Daar stond een Zuid-Hollands weidemolentje uit Gouda. Het stond min of meer te verpieteren omdat het museum in een bos ligt. Maar nadat ik er zeiltjes voor had gemaakt, zodat hij beter wind kon vangen, begon het bij mij weer te kriebelen. Kort daarna kon ik molenaar worden op de Vlietmolen.”

Lime
Thijs van Hoof met boek

Dat was voor hem het moment om ‘Molens’ er weer eens bij te pakken met de beschrijving van de weidemolen door Stokhuyzen. “Vooral de bijgaande illustratie van een stoer weidemolentje sprak erg tot mijn verbeelding. Die moest ik hebben voor mijn molenerf.”

Stefan Witteman

Via via kwam hij in contact met Stefan Witteman, restaurateur van 17e eeuwse moleninterieurs, maar ook initiatiefnemer van behoud en herstel van veel weidemolentjes in Noord-Holland. “Van hem kreeg ik een berg tips, een bovenhuis, een windvaan en een ondertorentje. Van de oorspronkelijke bouwer van de weidemolens, Wessel Rem kreeg ik het bovenwiel. Timo Grootendorst, kleinzoon van de korenmolenaar uit Oud Alblas laste een nieuwe bovenas en de spil met de roerom. Het hout waar ik de wieken van heb gezaagd ten slotte, is origineel oregon pine hout afkomstig uit de Rotterdamse haven. Ooit nog na de Tweede Wereldoorlog geschonken door Canada. Toen ik het bij de plaatselijk bouwmarkt op maat zaagde stonk de hele winkel naar het havenslib!”

“Ik ben trots op het eindresultaat, maar ondanks alle hulp was het toch meer werk dan ik dacht.”
Thijs van Hoof

Bokkenwagen

“Ik ben trots op het eindresultaat, maar ondanks alle hulp was het toch meer werk dan ik dacht”, besluit hij. “Of ik niet in een gat val nu de molen af is? Nee hoor. Er begint zich al een nieuw project in mijn hoofd te vormen: een bokkenwagen voor mijn landgeiten. Die wagens zijn er namelijk ook bijna niet meer…”

Tekst Kees Kleijwegt

Fotografie Wim Giebels