'Een uitstervend ras'
Overal in De Witte Molen in Nijmegen stuift het meel. De deuren staan open, de wieken suizen en uit de maalbakken stroomt versgemalen bloem de witte zakken in. Het maalwerk gebeurt tussen twee grote molenstenen. Hans Titulaer weet daar alles van: hij is nog de enige molensteenmaker van Europa.
Een vrijwilligster houdt het malen in de gaten, zodat molenaar Hans Titulaer kan vertellen over zijn andere vak: molensteenmaker. Een uitstervend ras. Titulaer is nog de enige die voltijds molenstenen in alle soorten en maten maakt en oude molenstenen restaureert. Daarnaast scherpt hij stenen en adviseert hij molenaars over gebruik en onderhoud. ‘Daarvoor ben ik veel op pad in Nederland, Duitsland en België en soms wel verder.’
Restaureren van oude molenstenen
Lang was het zo: de scherpe molensteen begon zijn leven als loper, ging afgevlakt verder als ligger en belandde daarna als decorstuk tegen de buitenkant van een molen. Een welverdiend pensioen. Tegenwoordig kunnen stenen ook worden hergebruikt. Titulaer heeft zich namelijk gespecialiseerd in het restaureren van oude molenstenen. ‘Dat is meestal goedkoper dan een nieuwe’, vertelt hij. ‘De techniek leerde ik van Heinrich van Hees en dat heb ik verder doorontwikkeld.’ Van Hees was een halve eeuw geleden een bekende molensteenmaker net over de grens in Duitsland. De jonge Titulaer ging bij hem in de leer, werkte met hem samen en nam in 1997 de zaak over.
Kunst, blauw en Frans
De meeste nieuwe stenen die Titulaers werkplaats verlaten, zijn kunststenen. ‘Daar moet je geen plastic of iets dergelijks bij denken. Kunststeen is een mengsel van verschillende steenstukjes zoals kwarts, flint en basalt, met de bindmiddelen magnesiumchloride en -oxide. Het mengsel gaat in een ronde ijzeren mal. Eerst wordt de bodem gelegd. Dan volgen de segmenten waarmee de groeven in de steen worden gevormd: het scherpsel. En juist dat maakt van een steen een molensteen.’
Daarover later meer. Eerst de andere twee soorten molenstenen die er zijn: blauwe steen en Franse steen. Blauwe stenen zijn van basaltlava uit oude vulkanen in de Eifel. Hun structuur maakt de steen lekker scherp, zodat graankorrels makkelijk doorsneden worden. Eeuwenlang waren ze in Nederland de standaard. Nu zijn ze als een klassieke auto: historisch en prachtig, maar duurder en iets minder praktisch dan kunststenen (ze moeten vaker gescherpt worden). Vanwege hun goede maaleigenschappen zijn ze echter nog steeds geliefd.
Zoetwaterkwarts
De Franse stenen zijn van een kneiterharde steensoort, extra goed geschikt voor tarwe. Meestal waren er van deze zoetwaterkwarts meerdere brokken nodig om één molensteen te maken. Bijeengehouden door een ijzeren ring die eromheen werd gekrompen. De steengroeven zijn al enige tijd gesloten: nieuwe Franse molenstenen zijn niet meer te krijgen, maar Titulaer restaureert oude exemplaren met plezier.
Hij laat foto’s zien van een oude Franse steen met grote scheuren en loslatende brokken. ‘Hier leggen we hem ondersteboven in een kuip en voorzien hem van een nieuwe ballastlaag’, begeleidt hij de plaatjes. Het eindresultaat: een complete molensteen van zoetwaterkwarts, hygiënischer en technisch beter dan de oude.
De magie zit in het scherpsel
Zijn kennis van steen en aanverwante aardmaterialen reikt ver, maar Titulaers ware passie schuilt in het scherpsel: de groeven die vaak in een waaiervorm in de steen zijn aangebracht. Daarin schuilt de magie van de molensteen.
Om dat te laten zien, legt hij eerst uit hoe het systeem werkt. Een maalkoppel bestaat uit twee stenen op elkaar. De onderste ligt vast, dat is de ligger. De bovenste, de loper, wordt door de molen in beweging gebracht. Het graan stroomt via het middelpunt, de krop, tussen de stenen. De draaiende beweging en de tegendraadse profielen werken het graan, via de groeven, naar de buitenrand van de stenen. Daar wordt het in een bak opgevangen en gaat verder de molen in. Tijdens die claustrofobische reis tussen de stenen wordt het graan eerst grof gebroken, daarna vermalen tot gries en ten slotte tot meel. ‘Dat komt doordat zo’n groef verloopt van snijdend naar wrijvend’, zegt Titulaer. ‘Wij noemen die etappes de verdeelbaan, de breekbaan en de maalbaan.’
Grafisch kunstwerk
Om daar een goed beeld bij te geven, klimt Titulaer soepel de trappen op naar de steenzolder van De Witte Molen. Er liggen hier drie maalkoppels, waarvan er een op dit moment op windkracht maalt, terwijl de ‘pletter’ roggekorrels aan het pletten is. Het derde koppel ligt open: de ligger ligt op zijn plek, maar de loper hangt er gekanteld boven in de steenkraan, een takel die in elke molen zit. De groeven zijn goed te zien. Een grafisch kunstwerk, lijkt het wel. ‘Voel maar’, zo nodigt de molensteenmaker uit om met de wijsvinger het verschil in scherpsel waar te nemen.
‘De kunst is om de stenen zo te maken en op elkaar af te stemmen dat je er een enorm scala aan granen mee kunt vermalen. Een techniek die door de eeuwen heen is ontwikkeld en inmiddels de perfectie nadert.’ Tijdens het gebruik knarst het voortdurend tussen ligger en loper en daardoor slijt het scherpsel. Dan moet de steen gescherpt worden. “Billen” heet deze techniek. Het is een tijdrovend en arbeidsintensief klusje dat regelmatig moet gebeuren. Met een houweelachtige hamer, de bilhamer, wordt de groef dan een beetje verder uitgehakt, zodat het systeem weer optimaal werkt.
Tot op de tiende millimeter
Het afstellen van de afstand tussen beide stenen gebeurt met ‘de licht’: een hefboomconstructie van banden, touwen en gewichten waarmee de molenaar de afstand tussen loper en ligger precies instelt. ‘Tot op tienden van een millimeter nauwkeurig’, zegt Titulaer. Op de etage onder de steenzolder wijst hij naar een hendel. ‘Dit is hem, de licht’, en hij beweegt hem iets op en neer. Zonder zichtbare krachtsinspanning: de licht doet het zware werk. Boven gaat de loper een ietsiepietsie omhoog en weer terug. ‘Hoe ik weet wat de juiste afstand is? Voelen!’, zegt Titulaer, en hij laat duim en wijsvinger zakken in de maalbak waar het versgemalen meel voorbijschuift.
Dankbaar
'Alles bij elkaar maakt dit een machtig mooi vak. Doordat ik het in een breder verband kon trekken met restauraties, onderhoud en advies. Maar vooral omwille van de molen als geheel. De liefde voor mijn vak als molensteenmaker wordt gevoed door mijn liefde voor het vak van molenaar. Daar ben ik Lambert Sijmkens dankbaar voor. Hij leerde mij niet alleen het vak van molenaar, maar bracht mij ook de liefde ervoor bij.’
Tweeduizend stenen, wereldwijd
Een molensteen gaat een mensenleven mee. Dat is maar goed ook, want het is een hele klus om zo’n set stenen te maken en in een molen te installeren. De grote stenen van De Witte Molen hebben een diameter van 1,40 meter, waarbij de loper ongeveer 1.200 kilo weegt. ‘Voor onze molenmakerij is veiligheid ook een belangrijk aspect. Er zijn namelijk wel eens vervelende ongelukken gebeurd.’
In de dertig jaar dat Titulaer molenstenen maakt, hebben ruim tweeduizend stenen zijn werkplaats verlaten. ‘Mijn stenen liggen over de hele wereld: Japan, Amerika, Engeland, België, Duitsland, noem maar op. En niet alleen in wind- en watermolens, ook in maalderijen en grote meelfabrieken in onder andere Zwitserland, waar ze soms computergestuurd draaien.’
Met de opvolging bezig
Het blijft een opmerkelijk gegeven dat de molensteenmakerij van Hans Titulaer nog de enige is die een molensteen kan leveren. ‘In vorige eeuwen waren er vele molensteenmakerijen. Maar het aantal molens nam af, dus ook het aantal molensteenmakers. Als ik morgen stop, heeft de molenwereld een probleem. Hoe het nu verder moet? Ik kan er nog niet veel over kwijt, maar ik ben bezig met opvolging. Ik wil de technieken en de vakkennis doorgeven aan iemand, die vervolgens het bedrijf kan overnemen. Zoals ik dat ook heb gedaan. Zodat het ambacht dat ik van mijn leermeester heb geleerd en zelf heb doorontwikkeld bewaard blijft en verder gaat.’
Dit artikel verscheen in mei 2026 in nummer 152 van het blad Molens van De Hollandsche Molen.
Interview: André Verheul
Beeld: Marieke Kijk in de Vegte
Word Molenvriend
Nederland zonder molens is ondenkbaar. Maar om deze monumentale iconen te laten draaien en malen is geld en aandacht nodig.