Geschiedenis
De geschiedenis van de molens in Nederland begint met de handmolen. Daarmee wordt graan tot meel gemalen. Daarna komt de rosmolen, die door dieren wordt aangedreven. Beide soorten zijn voorlopers van de wind- en watermolen.
Lange tijd zijn molens de belangrijkste werktuigen. Ze malen graan tot meel, winnen nieuw land door meren droog te malen, en worden in de industrie gebruikt voor bijvoorbeeld het maken van papier en zagen van boomstammen. Pas in de 18e en 19e eeuw verliezen ze hun functie.
Functies van molens
De twee grootste groepen zijn de korenmolens en poldermolens. Er zijn ook molens die gerst tot gort pellen, hout zagen, papier maken, olie persen uit zaden en kleurstoffen vermalen. Dat zijn industriemolens.
Windmolen
Veruit de meeste molens zijn windmolens. De wind laat de wieken ronddraaien. Via een complex systeem van assen en wielen in de molen, wordt de beweging van de wieken overgebracht op …. Er zijn 14 verschillende typen windmolens. Ze verschillen in bouw en werking.
De twee grootste groepen zijn de korenmolens en de poldermolens. Deze zijn gebruikt voor het malen van graan, en het droog houden en droog maken van land. En dan zijn er nog de industriemolens, zoals houtzaagmolens en papiermolens.
Watermolen
In de 10e eeuw gaan mensen op grote schaal gebruikmaken van de kracht van stromend water van beken en rivieren. Dit water zet de raderen van de watermolen in beweging. Watermolens vinden we in het oosten en zuiden van het land, in meer heuvelachtige gebieden met stromend water.
Word Molenvriend
Nederland zonder molens is ondenkbaar. Maar om deze monumentale iconen te laten draaien en malen is geld en aandacht nodig.